doorloper

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
1 houtsoort ; reisweg ; vocht uit de lever 2 rivier (Spaans) ; Indonesische munt ; iemand met weinig geld 3 plaats in Gelderland ; vijandschap ; uiting van schrik 4 bewoner van Europa ; schimpdicht ; deel van het oog 5 vogel ; zangstuk ; grens 6 bewijs van aankoop ; toename ; klasse 7 stofnaam ; visplaats ; deegwaren 8 bevestigend antwoord ; rangtelwoord ; pienter 9 rivier in Spanje ; verdovend middel ; beursterm 10 gedwee ; eethuis ; in het nauw 11 hoog schoeisel ; deel van een korenhalm ; Caribisch muziekgenre 12 bijwoord ; mondeling ; schildwacht 13 asociaal ; plof ; avondpartij
1 angst ; meelproduct ; vrouw van Jakob 2 domoor ; zoetwatervis 3 aardappelgerecht ; omlaag ; licht vaartuig 4 harde delfstof ; veelkleurige omslagdoek ; zoutachtig 5 oplichtende ster ; tussenzetsel ; Nederlandse muziekprijs 6 kier ; inleidend gedeelte ; pop voor een vijftigjarige 7 voorkeursrecht ; insect ; communicatiemiddel 8 lichaamsdeel van een koe ; deel van een huis 9 hijswerktuig ; onderhuidse vetlaag ; Europese hoofdstad 10 Engelse titel ; land in het Midden-Oosten ; Afrikaans dier 11 gedeelte van een golfbaan ; wijkplaats ; oude lap 12 einde van een gebed ; belangstelling 13 Europese vrouw ; geheel ; graad