doorloper

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
1 inspringend deel van een zee ; worm ; Griekse letter 2 Frans kerstlied ; iemand begrijpen 3 scherp kijken ; teleurstellend ; drug 4 knaagdier ; vrouwelijk roofdier ; familielid 5 uit de weg ; spinnenwebdraden ; vroeger 6 vleespen ; vocht ; geldbuidel 7 kostbaar gesteente ; uiting van aarzeling ; niet weggeven 8 Ajaxstadion ; sierplant ; traditie 9 belegsel op brood ; gril ; uitzonderlijke begaafdheid 10 uitblinker ; oprichten 11 Bijbelboek ; smaad ; mythologische figuur 12 uitstraling ; voorstelling ; kwast in hout 13 brokkelig gesteente ; rangtelwoord ; commando
1 inleidend gedeelte ; Perzische koning ; klap 2 uitroep ; instrumentarium 3 eenheid van frequentie ; hetzelfde ; crèmekleurig 4 Engels bier ; bij elkaar ; knap 5 schuldvorderaar ; onwrikbaar ; Egyptische godin 6 kaartterm ; drank ; elektrode 7 intiem ; gier ; gezwind 8 kortstondig ; zedelijke houding ; wijfjeshond 9 reisweg ; voorste deel van een schip ; dom persoon 10 ondergoed ; varkensvet ; gard 11 groot hert ; plaats in Noord-Brabant ; grens tussen onderlijf en bovenbeen 12 proef ; godsdienstoefening 13 bloem ; verwonding ; rekening